De man in het ziekenhuis
Posted on Dec 07 in Sfeerartikelen, Tekstby jveerdenPrint
Het is half 7 ‘s ochtends. Het is nog donker buiten. Ze slapen nog. Ik niet. Althans, niet helemaal. Ik zie de mond van het blonde, jonge, onervaren verpleegstertje wel bewegen. Het gaat steeds sneller. Ik probeer te vertellen dat ik haar niet hoor, maar ze blijft maar praten. Ze duwt mijn hoofd naar rechts. Wat gaat ze doen in godsnaam? Blijf van me af! Ik beweeg, ik worstel heen en weer. Ze schrikt en laat me los. Ze komt terug met het gemene zwartje. Ja NIKKER! Wat doe je? WAT DOE JE? “Rustig!” schreeuwt ze.”Ik kom alleen je temperatuur meten.” Ik ben godverdomme toch niet doof. Dat wijf schreeuwt altijd tegen me. Een zwarte… een zwarte, de zorg gaat ook al naar de klote. Ik zeg je: Er is niks mis met me. NIKS! “U gaat vandaag naar het verpleeghuis, dan moet u wel in orde zijn.” Verpleeghuis? Ik moet niet naar het verpleeghuis hoor, ik ga straks naar huis. En nu laat je me met rust. Ksssshjtt, weg jullie. Kom maar weer terug als je normaal Nederlands kan praten, nikker.
De bijdehandte trut naast me is wakker zie ik. Ik haat haar. Zij heeft tv, maar mij even helpen… Ho maar! Egoïstische trut. En jij ook stomme hoer! Ligt me de godsganze dag aan te staren. En maar lachen en praten, al dat wijvengezeik hier. ‘ielh ielh ik krijg bezoek… tutututu ielh ielh’ Stomme doos. Houd toch gewoon je bek. Hmmm, het meisje is ook wakker. Zij is veel te jong om hier te liggen, zielig wel, wat zou ze hebben? Ze lacht, ik lach terug. Zij kent tenminste haar plek. Bezoek alleen op bezoektijden, kijkt tv of slaapt. In ieder geval geen gekwetter de hele tijd. Godver! Ja ga maar bellen ja! Tuurlijk, trek je niks aan van mij hier, trek je gewoon maar niks aan van me! Ik ben toch een stokoude man, daar hoef je geen rekening mee te houden, nee hoor, stomme trut, denk maar niet aan mij! Pffff… jeugd!
Ik moet de lift vinden. Waar is nou toch die uitgang. Het is 12 uur, ik moet toch echt naar huis. Moeders heeft over een half uur het eten op tafel staan. Waar is de uitgang? Waar is dan toch de uitgang??? Iemand? Hé, ik ken die mensen. Oh daar is mijn bed. Lekker even een rondje gelopen, dat kunnen die stomme dozen niet, nee, dat kunnen zijn niet. En ik lekker wel.
Eten? Waarom krijg ik eten? Uh.. Zuster? Wanneer word ik opgehaald? Want ik mag zo naar huis. Mijn vrouw komt me halen. Ik moet ook zo douchen en inpakken. Wanneer word ik opgehaald? Zuster? ZUSTER? Je moet harder praten, ik hoor je niet. ZUUUUSTEEEEER, ANTWOORD!!! Godverdomme wat kijkt de rest me aan. Wat moeten jullie van me? Huh? Wat moet je, wat moet je? Houd je bek jij. Bemoei je met je eigen! Tsss, wat een domme snollen. Allemaal domme snollen hier. ‘ielh uuullhh, moet je mij zien, ik heb borsten en ik loop achter de dokter aan… ielh uuulhh, ik heb borsten jij moet naar me luisteren… Ielh uulh’ Hoeren zijn het, hoeren!
Ik open mijn ogen. Het is licht. Naast me staat de dokter. En nog iemand… Wie is dat? Dokter wie is dat? “Dit is Johan, weet u nog? Dit is Johan van het verpleeghuis.” Maar, ma.. “Vandaag gaat u met hem mee naar het verpleeghuis en daar staan nu ook al uw spulletjes.” Nee, dat was niet de afspraak. Dokter, ik zou naar huis gaan. Mijn vrouw komt me halen. “Nee u gaat niet naar huis. We hebben de vorige keer gezien dat u toch niet goed voor zichzelf kunt zorgen, weet u dat nog, meneer?” Ja maar dat was toen, ik besef nu dat ik moet douchen. Mag ik alstublieft naar huis dokter? Alstublieft? Ik wil naar Marie, ze mist me. “Maar Marie is hier niet geweest.” Uhhh… nee… maar ik weet niet… uhh… Marie moet eten koken… toch? Ja. Dat is het. Marie moest eten koken. “Maar u bent hier al 2 weken meneer en Marie is niet geweest.” Nee nee, ik ben hier gisteren gekomen en Marie staat eten te koken en ik moet naar huis. Jullie weten verdorie niet eens wie ik ben. Ik MOET naar huis, dokter. Dokter, laat me gaan, alstublieft. Ik pak zijn jas. Dokter alstublieft. “Meneer u moet goed begrijpen uw vrouw, Marie, is al 2 jaar dood. En u verzorgt zichzelf niet. U moet naar het verpleeghuis. U kunt niet alleen wonen.” Nee Nee NEEE!!! Marie is niet dood. Kut! De tranen rollen over mijn wangen, dat mag niet. Ik ben een man. Maar Marie… ohja… Marie is dood… De tranen houden niet meer op. Godverdomme, Marie is dood, ik zit hier te janken voor de dokter en ik mag niet naar huis. GODVERDOMME! “Meneer weet u het weer?”
De oude man breekt totaal. 97 Jaar oud is hij. En trots daarop ook. Hij is de oudste patiënt op dit moment. Dat vertelden ze me toen ze me deze kamer in reden. Niets anders dan gevloek en getier heb ik uit zijn bed horen komen. De godganze dag ging het door. Zelfs ‘s nachts. En af toe kreeg ik een lachje mijn kant op dat me van top tot teen kippenvel bezorgde. Maar ook iedere dag heb ik toegeken naar het hartverscheurende tafelreel. Dag in, dag uit werd hem verteld dat Marie niet meer leefde en dat hij naar het verzorgingstehuis moest. De tranen biggelden over zijn wangen. En de haat waarmee hij mijn buurvrouwen aankeek… Ik heb nog nooit zoiets gezien. Ze hebben het zielige hoopje in de rolstoel gehesen, terwijl hij nog in zijn badjas zat. Zo namen ze hem mee. 97 Jaar oud en geen greintje waardigheid meer over. Hij had gelijk, ik was te jong om op die afdeling te liggen. Maar liever te jong, dan te oud. Zo wil je geen 97 worden. In memoriam.



Hi Joyce, wat een verhaal zeg! ben er stil van….
Martijn
………… Wat een verhaal …….. Triest! Maar mooi verwoord.
Damn, is dat iets wat op kwam borrelen of echt een verhaal van je laatste ziekenhuis bezoekje?