Nachtmerries
Posted on Nov 17 in Columns, Tekstby jveerdenPrint
Ik werk in een bedrijf met twee vriendinnen. We moeten dozen met administratie halen uit de kelder. Balen, want dat gaat veel werk worden. We gaan naar beneden met de kleine lift. Ik heb een hekel aan de lift. Als ik ergens misselijk wordt, dan is het daar wel.
In de kelder hangt een klein peertje en de vloeren en stellingen staan vol met dozen dossiers. Gelukkig werkt een vriendin er al langer en zij weet precies welke we moeten hebben. Langzaam banen we ons een weg door de schemerige ruimte. De dozen zetten we klaar bij de lift en we raken langzaam aan wat bezweet.
Met opgestroopte mouwen en een gesloopte rug staan we bij de lift. We hebben ieder twee volle dozen vast. Het is best zwaar, maar zo lukt het allemaal in 1 keer. Als de lift komt blijkt dat we er niet alle drie in kunnen. Uiteraard bied ik aan om dan de trap te nemen. Hun verzekerd dat het echt wel gaat met die dozen, sluiten de deuren van de lift en rammelt deze naar boven.
De smalle wenteltrap in de hoge kelder is inderdaad erg smal. Maar ik ben gewend aan dit soort trapje en begin gestaag aan mijn tocht naar boven. Een paar keer rasp ik met mijn knokkels tegen de ruwe, verroeste leuning aan. Mijn knokkels bloeden. Onder mij hoor ik iets. Mijn adem stokt in mijn keel. Ik heb echt een hekel aan muizen en aan ratten wil ik niet eens denken…
Als ik achterom kijk staat er een man op de trap. Het schemerlicht valt achter hem waardoor ik zijn gezicht niet kan zien. Ik sta even stil en de man ook. Dan begint hij op me af te lopen… Ik wil harder lopen, maar het gaat niet, die dozen zitten in de weg. Mijn knokkels gaan harder bloeden als ik probeer sneller te gaan. De man komt dichterbij en ik raak in paniek. Ik struikel over de treden en wil harder lopen, het gaat niet. De man kan me bijna aanraken en als ik willen gillen blijft het geluid steken in mijn keel. Hij pakt me…..
Badend in het zweet wordt ik wakker. De tranen stromen over mijn wangen en ik hoor dat ik gil. Om mij heen staan mensen. Dit klopt niet. De man zie ik in de spiegel achter me. Hij houdt mijn nek nog steeds vast. Waar is de schakelaar van het licht? Ik kan hem niet vinden? De mensen komen steeds dichterbij en ik begin te hijgen door de verstikkende greep.
Ik doe het licht aan. Mijn kamer is leeg. Maar ik doe het licht nooit meer uit.


